×

Nederlandse hulpverlening geeft slachtoffers houvast

Rampen, ongevallen: je hoort en ziet ze in het nieuws. Minder bekend is dat bij calamiteiten waar veel Nederlanders bij betrokken zijn, een team van hulpverleners afreist naar de rampplek. Hulpverleners van SOS International waren in Mexico, Portugal en Nepal. Zij weten precies wat medisch, praktisch en logistiek mogelijk is in ieder land en zorgen ervoor dat de slachtoffers er niet alleen voor staan.  Een verslag van hun ervaringen aldaar.

Medische perikelen in Mexico


In november 2015 botst in Tuxtla, Mexico een bus met toeristen op een vrachtwagen. Aan boord zitten 17 Nederlanders en 4 Belgen. Als deze calamiteit midden in de nacht binnenkomt bij SOS International, wordt gemeld dat er 3 gewonden zijn, waarvan 1 of 2 wat zwaarder gewond. De informatievoorziening is beperkt en gezien de lange reistijd naar de locatie moet er snel gehandeld worden. Zamirah van Zijll maakte deel uit van het hulpteam: “We zijn dezelfde dag nog met een team van 4 personen vertrokken: een traumapsycholoog, twee IC-verpleegkundigen en ikzelf als hulpverlener. Eenmaal in Mexico aangekomen, ontdekten we dat er maar liefst 5 zwaarder gewonde Nederlanders opgenomen waren in het ziekenhuis. Een groep met slachtoffers kon vrij snel terugkeren naar Nederland, 7 anderen besluiten vrij kort daarop hun vakantie met een vervangende reisleider voort te zetten. De 10 achtergebleven gewonden konden de hulp van SOS International goed gebruiken. Eén patiënte verslechtert tijdens haar repatriëring naar Nederland. Ze decompenseert tijdens een speciaal opgezette ambulancevlucht naar Mexico-City. Na overleg met onze arts in Nederland besluiten we het advies van de Mexicaanse arts om de volgende vlucht naar Nederland door te laten gaan, niet op te volgen. Een juist besluit zo blijkt achteraf, bij nader onderzoek wordt een trombose ontdekt. Op zulke momenten ben je als hulpteam echt van waarde. Je hebt medische kennis, je spreekt de taal en je kunt overleggen met deskundigen in Nederland. Al met al hebben we zo de beste zorg kunnen regelen voor de slachtoffers.”

 

Orde scheppen in de chaos na een aardbeving


25 april 2015: Nepal wordt opgeschrikt door een fikse aardbeving. De ravage is enorm, vooral in de hoofdstad Kathmandu. Natasja De Miranda Serra is aan het werk op de alarmcentrale als de chaos losbarst. “Op het moment van de aardbeving waren er veel Nederlanders in Nepal en de telefoon stond hier roodgloeiend. In no time hadden we 600 dossiers onder handen. In samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken hebben we twee extra vliegtuigen gehuurd om mensen weg te krijgen uit het getroffen gebied. Vervolgens zijn we met een hulpteam van zes mensen naar Kathmandu gegaan om de repatriëring in goede banen te leiden. Een bijzonder chaotische reis waarbij de plannen continu leken te wijzigen. Eenmaal in de hoofdstad aangekomen, werd de chaos niet minder. We voerden direct overleg met afgevaardigden van het Ministerie van Buitenlandse Zaken: welke Nederlanders zitten waar in Nepal? Dan ga je proberen om orde te scheppen: iedereen die Nepal uit wilde verzamelen op de luchthaven van Kathmandu, passagierslijsten maken voor de zelf geregelde vliegtuigen, mensen aan boord krijgen van Europese militaire vluchten. Hiertoe hadden we een soort kraampje ingericht op het vliegveld, compleet met Nederlandse vlag en hulpverleners in oranje T-shirts. Reizigers die ons hier vonden, waren soms tot tranen toe geroerd: zó blij waren ze dat er hulp voor hen klaarstond. Het bleef een kwestie van improviseren totdat we op 5 mei de laatste mensen terug naar Nederland hadden gekregen. De hereniging van de reizigers met hun familie en vrienden op Rotterdam Airport was zo mooi, dat beeld vergeet ik nooit meer.”

Een baken voor de slachtoffers in Portugal


Een transferbus is op 17 juni onderweg van het vliegveld van Faro naar Armacoa de Pera om een groep van 34 Nederlandse vakantiegangers naar hun hotel te brengen, als de bus rond 23.00 uur van de weg af raakt. De bus komt meters lager op zijn zijkant terecht. Drie passagiers zijn op slag dood en er zijn veel gewonden. Die nacht gaat om 4.00 uur de telefoon bij Ruud Kuijpers met de mededeling dat hij met een hulpteam naar de plek des onheils moet afreizen. Samen met twee artsen, verpleegkundigen, een traumapsycholoog en een uitvaartverzorger vertrekt hij die ochtend naar Portugal. “Reisorganisatie TUI was al met man en macht bezig om een hotel te regelen, persoonlijke eigendommen terug te krijgen bij de rechtmatige eigenaar en contact te onderhouden met de politie. Eenmaal aangekomen in het opvanghotel, moet je als hulpverlener de tijd nemen voor mensen. Velen zijn in paniek, getraumatiseerd, bezorgd over anderen, opgelucht dat ze nog leven. Je bevindt je in een achtbaan van emoties. Je biedt een luisterend oor, je laat zien dat je er echt voor hen bent en je legt uit wat je komt doen. Dat geeft veel mensen houvast. De volgende dag ging ieder lid van het hulpteam aan de slag: de arts en verpleegkundigen bezochten de gewonden in ziekenhuizen in Faro en Portimão, de uitvaartverzorger ging in gesprek met nabestaanden. Al snel arriveerden er ook familieleden van de slachtoffers. Ook hen wil je, samen met de traumapsycholoog, zo goed mogelijk opvangen. Aan het eind van die dag hadden we goed in beeld hoe iedereen eraan toe was en wie er kon reizen en wie niet. Omdat er naast de – uiteindelijk – vier overledenen alleen lichtgewonden waren, konden we al op de derde dag na het ongeval een grote groep vakantiegangers terug laten reizen naar Nederland. Het was een hectische en intensieve hulpactie, zeker ook vanwege de dodelijke slachtoffers. Toch kijk ik er met een goed gevoel op terug: we hebben goed gewerkt met een fijn en ervaren hulpteam en geen van de gewonden heeft blijvend letsel overgehouden aan het ongeval. Dat vind ik een prettig idee. Al zal het psychische leed bij veel slachtoffers nog wel moeten slijten.”